I often find myself caught up in delusions. I am sometimes, or better put often, psychotic and labile. My mood shifts frequently. Anger, bitterness, resentment. I have no real control over my emotions. It makes me distrustful towards myself. My environment is most likely exhausted. Alcohol doesn’t help. And I don’t really understand the impact of drug use.
Writing
WAAR GAAN DE ANDERE EENZAMEN HEEN?
Soms wil ik de bloemen plukken,
soms laten staan.
Soms til ik mezelf
op mijn schoot
en houd haar een tijdje bij elkaar
voordat
ik vertel
dat ze hier niet welkom is.
Ze heeft haar huid voor me
afgeschud,
maar ze kan er maar zoveel van terug nemen
nu het
verlaten is. Soms
weet ik niet
waarom
ze onder het okerkleurige dekbed bij het raam
blijft liggen,
waarom
ze ‘s nachts bibberend
onder de dunne lakens ligt met het raam
wijd open.
Ik wil dat je wegvliegt, hoofd,
maar ik weet niet
waarheen.
Ik wil dat je wegvliegt,
maar ik wil niet
mee.
DAAR LUISTEREN WE NAAR
Hij zei: je beeft. Maar nee:
de wereld zinkt
en hij weet het,
maar zal het nooit toegeven.
Hij haalt gewoon mijn verre boom naar binnen
en zegt dan:
dans een dans,
dans
en ze begint te dansen.
Hij kent het voetenwerk. Hij gelooft
dat ik de lucht ben, dus ik zeg:
ik ben lucht &
alles om me heen begint te ademen.
Hij slikt me in
en ik geloof
dat hij de aarde is, dus
hij zegt: ik ben aarde
en als hij dan begint te trillen?
We denken niet meer aan de boom.
Als we omvallen
vertellen we het niemand.
ALS WE HET NIET MEER WETEN
Hij zei: je beeft. Maar nee:
de wereld zinkt
en hij weet het,
maar zal het nooit toegeven.
Hij haalt gewoon mijn verre boom naar binnen
en zegt dan:
dans een dans,
dans
en ze begint te dansen.
Hij kent het voetenwerk. Hij gelooft
dat ik de lucht ben, dus ik zeg:
ik ben lucht &
alles om me heen begint te ademen.
Hij slikt me in
en ik geloof
dat hij de aarde is, dus
hij zegt: ik ben aarde
en als hij dan begint te trillen?
We denken niet meer aan de boom.
Als we omvallen
vertellen we het niemand.
NAKBA
Sluit je ogen.
Stel je voor dat je vergat waar je voor vocht,
of tegen
en de ovale vorm van een ei.
Stel je toch eens die kleine opschudding
van het leven van binnen voor
en dan
dit vraagstuk
waarover niemand het eens kan worden –
Hoe ver zijn we van huis?
Hoe verdeeld.
Een ferme duw
zette ons in beweging,
maar laten we omkeren
vanuit dit oude leven in het hunne naar een nieuwe
open plek
met helder water. Nu eindelijk,
tweeduizend en nog wat evoluties
per seconde, minuut, uur,
ongeveer, verdreven,
later.
HOUD JE MAAR GOED VAST AAN JE BENEN
Ik hou van je, dat weet je,
maar soms twijfel ik
(en dat spijt me)
aan de geloofwaardigheid van je raketten,
je ruimteschepen, dan
vogels,
de zachte delen
van mensen –
Toch heb ik altijd willen weten:
als ik op jouw navel druk, waar
voel jij dat dan?
In welk dorp?
In welke stad?
Of hang je nog steeds
tussen twee werelden in
met langwerpige gele machines
die in je ruggengraat graven
en eten van al je goede gedachten?